De verkorting van korte dagen

De avondklok is onwettig. Ik maak vaak genoeg een avondwandeling, maar toen het plots verboden was, omdat ik anders die arme stoeptegels misschien wel zou infecteren met corona EEN SUPER DODELIJK VIRUS, ging ik spontaan méér wandelen ‘s avonds. Het doet me daarom deugd dat het niet meer verboden is, want deze drang was ronduit vermoeiend; ik heb helemaal niet elke nacht zin om een uitgebreide wandeling te maken. Bovendien is het veel te gezond natuurlijk, al die buitenlucht.

Dat er nog een enigszins onafhankelijk rechtssysteem blijkt te zijn in Nederland doet me ook deugd. Ik zou er verder weinig over te zeggen hebben, en überhaupt weinig reden om te schrijven want ik doe nooit iets dat het schrijven waard is, maar er schoot me iets bijzonder ironisch te binnen: de enige reden dat deze historisch extreme vrijheidsinbreuk onwettig is verklaard is omdat een groep die o.a. anti-vaccinatie is in alles behalve naam het aanvocht. Alle anderen zwegen.

Dat is eigenlijk veelzeggender, des te minder men denkt van Viruswaarheid. Ik heb zelf de tweezijdige mening dat het goed is dat ze kritiek leveren op de maatregelen, maar ze met hun neiging naar dwaze complotten en irrelevante zooi uiteindelijk niemand helpen door onzin te verspreiden en alle andere sceptici van hun geloofwaardigheid te beroven (waardoor ik ze dan ook nooit zou steunen). Maar het zou nog méér tot denken aan moeten zetten wanneer men een puur negatieve of ronduit haatvolle kijk op hen heeft, want het moest kennelijk (alweer) aankomen op “die complotgekken” om een onwettige inbreuk op de vrijheid van heel Nederland aan te vechten in de rechtszaal…. Waar was het kort geding van de oh zo wijze en verstandige “normale” mensen? Er was niemand onder hen met het gezond verstand om een streep te trekken en een kort geding aan te spannen. Hoe konden ‘we’ (als ik heel eventjes mezelf mag rekenen bij de “normale” mensen) dat laten gebeuren? Hoeveel die leider van Viruswaarheid ook belachelijk gemaakt wordt omdat hij als dansleraar geen heilige en onfeilbare Expeeeeeert is en daarom natuurlijk onmogelijk iets te zeggen kan hebben (urgh…), het maakt de rest van Nederland eigenlijk alleen maar méér belachelijk, omdat de redelijkheid in dit alles, en de verdediging van onze grondrechten op hem aan moesten komen.

Je zou bijna denken dat kritisch denken ontmoedigd wordt ofzo! Ach, maar dat is onzin natuurlijk. Niet zo zeiken, Simon. Gewoon je aan de regels houden en luisteren naar de Almachtige en Alwetende Expeeeeeerts. Altijd die irritante mensen weer die overal een eigen mening over moeten hebben, bah. Als Rutte zegt dat X nodig is, dan “ipse dixit” – het is zo; hij zei het zelf. Geen onderbouwing vereist in deze moderne westerse democratie, en het moest aankomen op een willekeurige sjonnie en zijn vrij extreme clubje.

Een deel van de mensen leverden natuurlijk wel enige kritiek de afgelopen weken; een paar politieke partijen wierpen wat symbolische weerstand op en vielen snel weer tevreden in hun stoel zodra er een beetje afgedongen werd van de in eerste instantie extreem hoge inzet. Ik zie dit al helemaal voor me. Hoe ze gelukkig elkaar virtuele virus-veilige high-fives hoge vijven sturen omdat ze maar 5 euro hoefden te betalen voor gebakken lucht in plaats van 10.

De gemiddelde Nederlander, die opzettelijk geen sterke mening heeft over het geheel, aait eenzaam zichzelf over de rug (ge mag immers niet elkaar fysiek geruststellen! daar zit de duivel covid in) en zegt dan:

“Ach, ik merk het toch niet zo, ik kom bijna nooit ‘s avonds de deur uit…”

of hooguit:

“Tja, ik vind het wel te ver gaan eigenlijk.”

… en zet de tv aan, voorbijgaand aan de ernst van de situatie, het precedent dat de vrijheidsbeperking zet en hoe schrikbarend het eigenlijk is dat hapje na hapje van de vrijheid en het leven afgepakt mag worden met de meest omslachtige of halfbakken redenen.

Het is bagatelliseren. Niets anders. Een vingerkootje meer of minder hebben merk je ook niet echt. Het is slechts zo’n klein stukje van je leven! Wie daarover zeurt wanneer ik het afhak en zorgvuldig verbindt, die is gewoon een zielepoot. Het heelt immers prima en je kunt praktisch alles nog gewoon doen de rest van je leven met een stukje pink minder… Nee, men zou wel (terecht) tegenstribbelen wanneer ik zou voorstellen dat iedereen in Nederland het topje van de pink af moet hakken, ook als ik stellig beweerde dat daar een leven mee gered zou kunnen worden. En waarschijnlijk ook als ik een team van de 10 beste orthopedisten in de wereld achter me had staan. Ergens voelt het namelijk toch fout, ookal kunnen de meesten de vinger (ha) er niet opleggen wat het precies is.

Als het OMT of meneer Rutte echter -zonder enige onderbouwing- zou beweren dat de staat één centimetertje vlees en bot van onze pink nodig heeft om de besmettingen te verminderen, en de media dit compleet absurde idee een paar weken zou laten inweken in onze hersens, dan zou half Nederland zich, bij het ingaan van de nieuwe vingerkootwet, direct braaf melden voor een mooie hakbijlsessie in de meest nabijgelegen spoedviruspreventievingeramputatielocatie partytent van de overheid. Mensen die tegenstribbelen zouden belachelijk gemaakt worden, afgeschilderd worden als egocentrisch en zielig. De echte moraalridders zouden extra vingertopjes doneren en trots foto’s plaatsen op asociale media met hun verminkte handen als symbool van hun misplaatste altruïsme.

Het is terecht om kritisch te zijn als iemand jouw vrijheid wil afpakken (of je vingertopje eraf wil hakken), wat de ‘reden’ ook is, en hoe klein de inperking ook is. Als elke kritiek of gebalanceerde afweging gelijk ‘gezeur’ of ‘egoïsme’ moet voorstellen, dan is gezeur en egoïsme te verkiezen boven het alternatief van hersenloos het eerste beste onzinverhaal slikken waar een willekeurige politicus of Expeeeeeeert mee aan komt lopen. Het is maanden geleden sinds ik hier voor het laatst schreef maar er is duidelijk niets veranderd op het vlak van kritisch nadenken, dus ik denk dat ik nu wel veilig kan zeggen dat dit een nieuwe cultuur is waar we in leven: de dood van ons oude ‘poldermodel’ is bereikt nu het bespreken van maatregelen alleen nog maar symbolisch verloopt en de oh zo nuchtere Nederlander gewoon volgzaam zucht en zijn mond dicht houdt bij nog een maand, en nog een maand met meer en meer maatregelen met minder en minder verantwoording of proportionaliteit. Is dat wijsheid? Is dat wat leidt tot de beste oplossingen in deze zogenaamde “crisis”? Of is dat pure waanzin en het feit dat we telkens ‘crisis, crisis’ roepen zelf een probleem?

De mondkapjesplicht, de lockdown opsluiting en de avondklok werden doorgevoerd niet vanwege noodzaak, maar ondanks dat de noodzaak ontbrak. Het is mogelijk omdat onze Glorieuze en Verheven Leider de discussie mag eindigen wanneer hij dat maar wil, of die simpelweg doden kan door tot in den treure te herhalen:

het is echt nodig, het is echt nodig, het is echt nodig…..

Een prachtig lege stelling die de media en massa’s maar al te graag overnemen als schrale troost voor wat er kome moge. Als je maar vaak genoeg tegen jezelf zegt dat het “echt nodig was” dan geloof je het op een gegeven moment wel. Dan worden de kosten hoger en hoger en is het in toenemende mate onmogelijk om ooit nog stil te staan, te reflecteren en te zeggen “oeps foutje, het was toch niet echt nodig”. Nee. Dit is de gekozen weg en daar zal men in vastbijten als een dolle hond tot het bittere einde.

Wanneer elke kritiek is uitgebannen en de inzet te hoog is geworden om ooit nog fouten toe te geven, dan worden verantwoording, bewijsvoering en dergelijk gereduceerd tot niets dan een mentaal spelletje waarin de speler probeert om welk een omslachtig en vage reden dan ook maar te bedenken om het fabeltje van een oorlog tegen windmolens besmettingen in stand te houden. Ik vraag me regelmatig af: Lijd misschien niet ik zelf daar aan? Ben ik al zo hopeloos verloren in leugens en dwaasheid dat ik niet meer anders kan dan volharden erin? Maar dan realiseer ik me dat de tegenpartij zich dat schijnbaar nooit afvraagt.

En dan kijk ik naar wat voor wereld men wil bouwen. Wat maakt dit alles? Coronavirusvarianten zijn er genoeg. Andere ziektes zijn er ook genoeg. Die vaccinaties zijn geen einde, nee. 1 jaar, 2 jaar later, het duurt niet lang of we staan opnieuw vingerkootjes in te leveren in een partytent. De wereld die voor ogen is dat is er één waar ik nooit, maar dan ook nooit, aan mee zou willen werken. Een wereld waarin je geen kritiek mag hebben. Een wereld waarin we simpelweg alles moeten doen “omdat hij het zei”. Waarin elk offer, elke keuze, alle kosten maar eindeloos stijgen en eindeloos gebagatelliseerd worden. Waar men angstig is en alleen. Dat is geen mooie wereld. En ik vraag me af:

Wat is de waarde van een handdruk?
Wat is de prijs van elkaars gezicht kunnen zien?
Wat is de prijs van mensen als mensen behandelen i.p.v. wandelende ziekteverspreiders?
Wat is de prijs van een waardig leven?

Zolang kritisch denken en discussie ontmoedigd worden, kritiek en verzet ontbreken, en de bescherming van onze grondrechten van Viruswaarheid moet komen, mogen we het allemaal blijven inleveren, tot we geen leven overhouden.

Geen kapje, kapje, dubbel kapje.
Alle bezoek, één bezoeker, geen bezoek.
Kootje, vingertje, handje.
Een maand, een jaar, een leven.

Ik bouw liever aan een andere wereld. Doe mij maar een jaartje minder gemiddeld, voor een leven dat nog het leven waard is. Dat is onderhand zo’n filosofische kloof dat het misschien maar moet komen tot een afscheiding. Ik ben normaal gesproken niet echt een voorstander van landen en provincies die afscheiden, maar in dit geval kan ik me voorstellen dat het misschien beter voor heel Nederland is, als we een gebiedje afschermen voor al die jonge (en oude) ‘dwazen en complotgekken’ die zich niet zo druk maken over een virus dat letterlijk de longen doet exploderen! ‘misschien wel, mogelijk ietsje erger is dan een gemiddelde griepgolf’ en het belangrijker vinden om met waardigheid te leven. Flevoland of Texel ofzo lijkt me een prima kandidaat, afhankelijk van hoeveel mensen zich aanmelden. Laat wie de rest van z’n leven opgesloten wil zitten voor elk virus dat overwaait, dat vooral lekker doen, dat maakt mij echt niet uit.

Als ik maar gewoon zelf mag beslissen hoeveel stoeptegels ik ‘s avonds besmet.

Standard

De verkorting van dagen

Het is een tijdje terug dat ik hier iets schreef. Om te compenseren wordt dit een hele lange en extra sarcastisch, alhoewel er geen vakantieverhalen bij komen kijken. Jaren zijn gekomen en voorbijgegaan. Relaties zijn gekomen en uitgegaan. Maaltijden ook. Pokemon Go is niet populair meer, maar dezelfde verstofte frikandel ligt wel nog steeds onder de koelkast, zoals altijd. Sommige dingen veranderen namelijk nooit. Iets wat ook niet veranderd is mijn grote afkeer van ‘het nieuws’. De afgelopen jaren heb ik stellig geweigerd om dingen te doen die mijn “leeft onder een steen”-status zouden kunnen doen wankelen. Geen dagelijks journaal na het avondeten, geen nieuwsartikelen mooi grafisch weggewerkt aan de rechterkant van het scherm wanneer mijn computer opstart, geen gezichtenboekgroepen, geen krant, nee zelfs geen radio of propagandapamfletten geprint door de ondergrondse verzetsgroep. Niet omdat ik graag onbenullig ben -want ik hou van kennis- maar omdat het extreem sensationele aspect ervan me altijd mijn ogen doet uitkrabben en ik heb die gelei-gevulde balletjes intact nodig.

En het heeft me goed gedaan. Ik kan zeggen dat er in de afgelopen jaren werkelijk niets ‘nieuws’ is geweest wat ik ook daadwerkelijk miste. Niets waarvan ik dacht “Oh man, ik had dat echt diezelfde dag nog moeten horen. Wat een gemis zeg!”. Jamie Cullum zong in “Next Year, Baby” dat hij het volgende jaar hetniüws beter moest gaan bijhouden, maar ik heb persoonlijk bij geen enkele nieuwjaarswisseling de behoefte gehad om mezelf voor te nemen ‘elke dag 15 minuten apart zetten om te horen wat voor doms politicus X heeft gezegd, en welke bekende mensen en verkeersdeelnemers er allemaal dood zijn gegaan’, omdat dat dat mijn dagen slechter zou maken, niet beter.

Maar de laatste tijd heb ik toch echt HET NIEUWS gekeken. Ik heb het journaal gekeken, filmpjes gekeken, en websites afgestruind, en…. ik ben bekeerd! Dus hier iets wat ik nooit had gedacht te schrijven: Een ware haiku ter ere van HET NIEUWS:

Nieuws is goed voor ons
elke dag dood en drama
toon me meer lijden

Oké ik loog. Ik ben niet bekeerd. Ik heb me in plaats daarvan kapot gelachen. Ik heb gelachen om hoe melodramatisch het is. Gelachen om hoe je nauwelijks informatie krijgt en tegelijkertijd het idee hebt dat je hersens smelten. Gelachen om hoe cijfers heel dramatisch opgeblazen worden en buiten elke context staan. Gelachen over hoe tot wel honderd keer toe herhaald word hoeveel afstand je moet houden. Gelachen hoe alles zogenaamd altijd op instorten staat…. Gelachen als een boer met kiespijn.

Het is schadelijk wat we er gebeurt. En dan heb ik het niet over het ongelofelijk milde virus dat rond waait. Ik heb het over de angstzaaierij, over de disproportionele, destructieve respons, door een ziekelijke media die geen rem meer heeft of morele overwegingen. Normaal gesproken wordt de media nog enigszins in toom gehouden door het feit dat meningen en standpunten gewoon verschillen en de verschillende bronnen daarom verschillende kanten belichten. Maar nu? Het is schrikbarend hoe snel miljarden allemaal hetzelfde verhaal 100% accepteren. Hoe iedereens wil en vermogen om kritisch te zijn uit het raam lijkt te zijn gegooid, na een paar dagen aan eenzijdige media-indoctrinatie. Na het (waarschijnlijk op de wc) kijken van een veel te serieus praatje van de minister-president over de ‘noooooodsituatie’, klopt men zich verlekkerd op de schouder en zegt “Zo, wat zijn wij modern en rationeel zeg, wij vertrouwen op de experts en WETENSCHAP!” maar ondertussen verdrinkt elke vorm van rationaliteit samen met het kritisch denken in een zee van eindeloze ja-knikkerij en vermeend altruïsme.

Want ‘de experts’ (waar er nogal veel van zijn overigens) zijn het helemaal niet allemaal eens. En er zijn wel degelijk valide punten op te werpen tegen de huidige gang van zaken omtrent het <VIRUS DAT NIET GENOEMD ZAL WORDEN>. Er is altijd wel een beter oplossing te vinden voor een probleem, maar daarvoor is kritisch denken nodig. Wie niet kritisch denkt, slikt de eerste de beste pil die aangeboden word. En die pil hebben we geslikt: het basale verhaal dat Corona <VIRUS DAT NIET GENOEMD ZAL WORDEN> héél gevaarlijk is, en dat we er werkelijk alles aan moeten doen om doden te voorkomen, ongeacht de prijs. Het verhaal dat een compleet land op slot gooien en de economie ruïneren het “zeker weten wel waard is! echt jawel hoor”. Het nieuws en “De Media” hebben dit verhaal met zo’n ongelofelijke passie uitgemolken en gepropageerd, dat het voor de overgrote meerderheid bijna een soort ‘pop-up ideologie’ of religie lijkt. Geheel met mantra die continu gemompeld dient te worden (Houd afstand. Houd afstand. Houd afstand.). Wie z’n twijfels of vraagtekens daarbij heeft is automatisch ‘gemisinformeerd’ en krijgt nog maar ff een uitleg over zich heen van wat dat ‘flattening of the curve’ nou inhoudt, en wie zich uitspreekt tegen de maatregelen… ooee…. die moet toch wel óf een domme complottheoreticus zijn (Chinese hagedismensen hebben met radiogolven het virus gemaakt zodat Bill Gates z’n mind control vaccin kan injecteren!!!), óf een vuile egoïst die maar al te graag oude mensen dood wil maken voor een paar zakcentjes.

Deze ware taboe die in korte tijd zo sterk is gecreëerd, verbergt schaapachtige leeghoofdigheid en een sensatie-verslaafde cultuur die even irrationeel en destructief is als de malloten die bleek voeren aan hun kinderen om zogenaamde vaccin-geïnduceerde autisme te genezen. We zijn helemaal geen rationeel, “nuchter” volkje dat geleid wordt door wetenschap; het is namelijk geen wetenschap als je tegensprekende onderzoeken gewoon maar negeert. Onze overheid volgt niet het advies van experts op, maar van de media, die immense druk zet op iedereen (inclusief die politici en die experts), om toch vooral nog méér te doen. Als je denkt dat de overheid het hoogste woord heeft, dan zit je ernaast. De media en publieke opinie hebben duidelijk een veel hogere rang. Bij paniek eist de massa namelijk dat er gewoon maar heel veel ‘iets’-en gedaan worden. En de politici luisteren. Want niets doen is een doodzonde; als je niets doet dan word je persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de (compleet hypothetische) dood van alle opa’s en oma’s in heel Nederland. Hele hordes mensen die om dezelfde reden ook maar zelf mondkapjes gaan maken, terwijl het algemeen bekend is dat dat niet werkt. Of weetje wat? We kunnen liedjes zingen! Of mensen die geen afstand houden uitschelden! Of nog ff tien keer herhalen dat we echt afstand moeten houden! En een bericht lajken op gezichtenboek over hoe je afstand moet houden. Want ja je moet toch iets doen! (had ik al genoemd dat we afstand moeten houden?) Dat opa en oma dood kunnen gaan is angst; de makkelijkste emotie die mensen kan bewegen. Geen verrassing dat de media vol angst zit, en niet vol hoop, of verstand. Wat is er nou sensationeler en sappiger dan lekker DOOIE MENSEN! Wat is er nou fijner dan dat gekriebel in je maag dat je krijgt als je iets alarmerends hoort over neerstortende vliegtuigen vol Nederlandse mensen die je niet kent. Dat gevoel van gevaar, wanneer je eventjes je afvraagt of de hele samenleving aan het instorten is? Wie wil er niet verbroederen met een gemeenschappelijk doel? De 2e wereldoorlog was van voor onze tijd, dus dan doen we maar alsof wij ook een “oorlog” hebben om te vechten. Als een stel malloten het ziekenhuis een ‘frontlinie’ noemen, en de dokters en verpleegsters ‘helden’, omdat ze…. hun werk doen, net als ieder ander persoon… (of is het omdat ze besmet kunnen worden, net zoals … letterlijk ieder ander persoon onvermijdelijk besmet gaat worden?)

Ik ben vrij boos, zoals wellicht is te merken. Ik ben boos op de media en de huidige ‘journalisten’ zonder journalistiek. Ik ben boos dat ze niet echt informeren of onderzoek doen, maar de goedkope weg van sensatie kiezen. Dat ze vrijelijk paniek zaaien ongeacht hoe schadelijk dat is. Ik ben boos op Arjen Lubach met z’n zondag showtje, waarin hij zelf boos was, en deed alsof hij de stem van rede is die het Nederlandse volk ff tot inzicht ging roepen, door hersenloos precies hetzelfde te herhalen wat elke zender, elke website, en elk forum al dagenlang liep te spuien. Ik ben boos op de politici en experts die ingeven aan de druk van publieke opinie. Maar vooral ben ik boos dat er nú zelfs, weken later, nog steeds geen moment wordt stilgestaan of de prijs het wel waard is.

Welke prijs? Nou dan komt het verhaal wat kennelijk te moeilijk is voor de media. Dus hier een uitgebreide versie mét eerst een fictief verhaaltje:

In ‘de Silmarillion’ verzon J.R.R. Tolkien een mensenvolk, de Númenoreanen, die welvarend waren en gezegend met lange levens, maar die langzaam verteerd werden door hun vrees voor de dood. En door hun eindeloze obsessie met het proberen uit te stellen van de dood, werden hun dagen uiteindelijk alleen maar korter en grijzer. Het is een geheel fictief verhaal natuurlijk, en Tolkien hield niet van allegorieën, maar er is een heldere les voor deze tijd uit te halen: Eindeloos proberen aan de dood te ontkomen heeft een hoge prijs.

Dit is op twee manieren uit te pakken. De eerste is vanuit deontologie en erg gevoelsmatig, namelijk dat je leven niet compleet moet laten beheersen door angst voor de dood, want dat is triest en dus slecht. Als die vrees nou gegrond is, zoals een Jood die ondergedoken zit in de 2e Wereldoorlog, en 100% kans heeft op sterven als ie naar buiten gaat, dan is dat nog wel acceptabel. Maar als die vrees niet of weinig gegrond is (zoals een fysiek gezond persoon die obsessief de zon vermijdt uit een irrationele angst om huidkanker te krijgen) dan zou je denken “Ee pannenkoek! Hou eens op met dat belachelijke gedoe man.” En een dergelijk extreme houding naar vermijding van de dood is dan ook niet gebruikelijk en niet geaccepteerd. Het is een gevoelsmatig principe dat iedereen ergens wel begrijpt en (bewust of onbewust) toepast wanneer ze zonder helm op de fiets stappen, een wijntje drinken, of een potje voetbal spelen. Er zit een reëel risico om vroegtijdig te sterven aan al die dingen, maar we negeren ze omdat we ook streven naar zinvolle invulling van het gelimiteerd aantal dagen dat we hebben. Om zo beperkt te zijn in het leven door een fobische houding naar de dood, zou onze (super subjectieve) totale “levenswaarde” zodanig verminderen dat we het de prijs niet waard vinden. Zo weet bijna elke kettingroker wel dat het hem statistisch gezien jaren kan kosten, maar dat doet er niet toe als hij de toegevoegde levenswaarde hoger acht. En eveneens zouden de meesten van ons het niet waard achten om statistisch gezien 2 dagen aan ons leven toe te voegen, als de prijs daarvoor is om maandenlang binnen opgesloten te zitten, eenzaam te zijn, of een baan te verliezen.

De tweede is minder subjectief en pragmatisch: Bij een risicoanalyse zit er een hele letterlijke en meetbare prijs aan risicovermijding die zo objectief mogelijk wordt gemaakt. In die discipline spreekt men bijvoorbeeld over hoeveel “gezonde jaren” een bepaalde actie kan opleveren of wegnemen, of is er heel cru een prijskaartje te geven aan een leven of een gezond levensjaar. Het is niet leuk om op die manier te denken, maar het is een cijfermatige realiteit die nodig is om goede beslissingen te nemen wanneer je het niet meer hebt over een groep van 10 mensen maar 10 miljoen. We hebben nooit een oneindig budget gehad voor onze medische zorg, en dat is oké, want we hebben geen oneindige middelen, en geen oneindige arbeid. Er zijn fysieke grenzen dus ergens moet ook een grens zijn voor iets als de zorg en daar is doorgaans al heel veel debat over, maar aan het einde van de dag begrijpt iedereen wel dat we niet de complete rijksbegroting kunnen steken in het proberen te redden van één persoon met terminale maagkanker. Het zou niet ethisch zijn (oké behalve misschien in een hele rare stromingen, zoals het ethisch egoïsme). Het zou miljoenen letterlijk hun leven kosten, in ruil voor het mogelijk ietsje verlengen van één leven. In plaats daarvan maken we afwegingen op basis van wat we hebben, en wat het meest effectief is. Dat is eerlijker, dat is hoe het altijd al is geweest in bepaalde mate (in zekere zin ook voordat er wetenschappelijke methodes daarvoor waren), en dat is hoe het altijd zal moeten gaan. Als je degene bent die doodgaat door maagkanker, en je alleen maar doodgaat omdat er minder dan 200 miljard is gestoken in kankeronderzoek dat jaar, dan is die eerlijkheid geen verzachting, want je gaat dood. Maar iedere malloot begrijpt dat het zo werkt als het zo extreem is gesteld.

Met <VIRUS DAT NIET GENOEMD ZAL WORDEN> begrijpt echter schijnbaar niemand het meer. Of dat, of iedereen is sterk misleid over hoeveel doden we nou echt besparen (Er zijn dozijnen van ons! dozijnen!) met dat ‘afplatten van de curve’ (nog zo’n eindeloos herhaalde term. Heb ik vandaag al gezegd dat we afstand moeten houden?) versus hoeveel we er wegnemen. Want dat is de zwarte keerzijde waar hoogleraar Ira Helsloot ons op wijst: dat de ‘nobele’ houding van “Laat die economie maar gewoon inkakken, het is het allemaal waard om 100 mensen te redden!” op de lange termijn veel méér doden maakt. Hoeveel? Een factor duizend meer, kennelijk. We zijn druk bezig om onze arm af te hakken, vanwege een splinter in de duim. Maar denk je dat zulk nieuws op de voorpagina van de nieuwssites staat? Nee, natuurlijk niet. Daarop staan dramatische berichten over dat “het ergste nog niet is geweest”, losse getallen zonder context over  hoeveel doden er nou weer zijn gevallen en… foto’s van mensen die de verpleging “helden” noemen….

Die ‘nobele houding’ waar iedereen opeens zo vol van is, is me ook een kwelling. Opeens is 90% van ons land gevuld met mensen die toch zo’n compassie hebben en bereid zijn alles neer te leggen voor de zwakkeren onder ons. Waar zijn die normaal gesproken?! Zijn ze uit de plinten gekropen?? Een half jaar geleden was er nou niet bepaald een overschot aan mensen die in hun vrije tijd vrijwilliger gingen zijn in de ouderenzorg. Zaten mensen toen te popelen om ‘extra belasting te betalen zodat de armere mensen betere gezondheidszorg krijgen’? Nee. Ab-so-luut niet. Maar nu de media dezelfde panische berichten herkauwt tot je oren eruit vallen, en Rutte een heel serieus praatje heeft gehouden alsof er een atoombom is gevallen, is iedereen er opeens helemaal vol van.

Er is niks nobels aan een heel land dicht gooien als dat nauwelijks mensen redt. Haal het uit je oren. Het is alleen maar kortzichtig, impulsief en schadelijk. Met de kosten die we de komende jaren nog gaan oplopen, hadden we de ouderenzorg royaal uit kunnen breiden, of preventieprogramma’s op kunnen zetten voor allerlei ziektes, of medische onderzoeken kunnen financieren, of bepaalde zorg gratis kunnen maken, of een duizendtal andere dingen die veel meer leed en veel meer dood zouden besparen. In plaats daarvan gaan de echt vatbare mensen alsnog dood op de niet gevulde IC, en zitten we allemaal thuis alvast in onze grafkist een potje miserabel te worden. We zijn niet nobel bezig. We zijn triest. We geven kennelijk pas een moer om de ouwetjes in het verzorgingstehuis als hun dood voor de verandering elke dag tien keer in het nieuws komt met dramaaaatische berichten over gevaaaaar.

Ik geef de schuld, voor wat staat te komen, aan ‘het nieuws’. Niet aan een mild gevaarlijk virusje waar we verder echt nauwelijks iets aan kunnen veranderen. Niet aan Mark Rutte, of het RIVM, of het WHO, of Bill Gates, zelfs niet aan Jamie Cullum. Want Mark Rutte en Jamie Cullum zijn slechts simpele dienaren van Sauron het nieuws. En wat staat te komen is een nare tijd. Ik zou het optimistisch of lichthartig kunnen brengen, maar waarom zou ik? Fatalistische gedachtes, daar gaat iedereen toch zo lekker op. Nou hierbij:

Dankzij de sensationele, immorele houding van het nieuws omtrent het uitvergroten van gevaren voor muisklikken en kijkcijfers, gaan we als land en als wereld een diepe recessie tegemoet, een grijze tijd die mensen werkloos gaat maken, die mensen tot zelfmoord en verslaving en ongeluk drijft. Door ‘het nieuws’ hebben we nu de saaiste maanden ooit. En door het nieuws zullen er in de komende tijd veel méér mensen dood gaan aan kanker, aan hart- en vaatziektes, aan ongezonde levensstijlen, aan alcohol-geïnduceerde comas, en zullen we met z’n allen minder “gezonde jaren” hebben dan als we gewoon geen ruk hadden uitgevoerd… We gaan allemaal doooooood.

… Maar hé, de komende jaren hebben we in ieder geval nog elke dag het nieuws om ons weer te herinneren aan hoe slecht alles toch is.

Standard

Raketbrandstof

Ik stond op een warm-vochtige dag… Nee dat klinkt niet, dat kan beter.

Wormachtig. De distinctie tussen warm-vochtig weer en ‘normaal warm’ weer moet vaak duidelijk gemaakt worden met termen als ‘benauwd’, ‘tropisch’, of het veel te lange ‘vochtig-warm’. Ik stel voor dat we een aantal nieuwe woorden voor deze specifieke weertypes invoeren om de boel wat simpeler te maken. Dit omdat zwoel veel te positief en blij klinkt (hetgeen Nederlands geklaag over het weer niet staat) en ik meen dat benauwd gereserveerd moet blijven voor wanneer iemand 2 minuten lang een kussen over je mond en neus heen gedrukt houdt. Daarom:

Warm vochtig –> Wormachtig
Warm droog –> Woog
Koud vochtig –> klam Kouchtig
Koud droog –> Koog

Perfect toch?

Welnu, ik stond op een wormachtige dag de barbeque aan te steken, een karwei dat bij velen gepaard gaat met licht ontvlambare vloeistoffen, ongeduld, steekvlammen, pijn, frustratie, en dan eventueel na een uur een aantal gloeiende briketten. Wat de meesten dan ook niet weten is dat barbecues alleen aangestoken kunnen worden met pure, geconcentreerde mannelijkheid. Getuige het feit dat men alleen mannen ooit een barbeque ziet aansteken. Het staat ook duidelijk in de handleiding maar dat kleine boekje is doorgaans het eerste waarmee de impure, niet-echte man probeert zijn barbeque aan te krijgen.

Omdat ik natuurlijk een echte man ben, hoefde ik slechts briketten in de bak te gooien en met ontblote tanden een blik te werpen op de kolen alvorens deze spontaan in een vurige explosie zouden ontbranden, heter dan de binnenkant van een neutronenster. Maar omwille van de achtertuin, die slecht tegen de miljarden graden kan, besloot ik toch maar aanmaakblokjes te gebruiken. De aanmaakblokjes waren op zich genoeg geweest, maar ik bedacht me dat ik ook zelfgemaakte raketbrandstof kon gebruiken. Dat was zo’n succes dat niet alleen de briketten aangingen, maar een gedeelte van de barbeque smolt en het vloeibare metaal op het gras drupte. Perfecte temperatuur voor het braden van vlees leek me, en ik moest denken aan de week ervoor in Frankrijk, waar pogingen om metaal te smelten minder succes ontmoeten.

“Oja, die moet ik nog schrijven doen.”

… Dat is nu ook alweer weken geleden, maar het voordeel van schrijven of vertellen over het verleden is dat alles kleurrijker en beter wordt naarmate de tijd verder strompelt. Over een paar dagen jaar zal ik dus het eerste gedeelte over de Frankrijk vakantie schrijven, om zodoende een zeer kleurrijk verslag te kunnen geven.

Standard

Drenthe

Aankomende zaterdag verdwijn ik. Niet destructief of permanent, of alleen en op avontuurlijke wijze; nee, dit keer op een normale zomervakantie-manier met een auto, bloedverwanten, en overbodige luxes zoals koffie, schone kleren en een toilet. Niet erg spectaculair misschien, maar het leek me een goede reden om weer een creatieve schrijfopdracht te beginnen. Mijn alternatieve onderwerpen om weer iets te schrijven leken me toch wat minder:

– Een cynisch betoog over volksreferenda en hoe dom de gemiddelde persoon is, en dat we voortaan bruggen en wolkenkrabbers ook maar moeten laten ontwerpen door middel van een volksreferendum.

– Een uiteenzetting om uit te leggen waarom Drenthe niet bestaat.

Maar dat zal ik niemand aandoen. Nee, in plaats daarvan wordt het… Een avontuurlijke, actie-gevulde, met romantiek doordrenkte, mysterieuze thriller-roman over mijn oh zo spannende leven als introverte weinig-uitvoerende dromer in de vakantie, met onder andere de hoofdstukken “Het spel dat een dag opslokte”, “Oh, is het alweer etenstijd?” en natuurlijk “Zwarte koffie en youtube filmpjes”.

Eén van de redenen dat ik niet eerder heb geschreven over normale, Nederland-dagen is dat er in Nederland allemaal Nederlanders zijn, die ik ken, en ik niet weet of mensen die ik ken het leuk vinden als ik over hen schrijf en dat op ‘het internet’ *TA-TA-TA-TAAAAA <donder en bliksem>* komt… Dus als veiligheidsmaatregels heb ik alle namen zorgvuldig<citaat nodig> gecensureerd. Perfect!

Afgelopen zaterdag was de jaar-afsluiting van de wekelijkse eetgroep waar ik naartoe ga, de “Roomservice”. Het staat ook bekend als een bijbelstudiekring voor jongeren in verschillende kerken in Arnhem, maar dat is denk ik een facade, ik zie het in ieder geval als een eetgroep. Alleen die naam al. De jaar-afsluiting was dan ook een barbeque waarbij genoeg vlees aanwezig was om een compleet dorp Papuaanse kannibalen een maand lang te voeden. Daarnaast waren er ook veel hamburgers en dergelijk die wij konden eten. Hason, één van de grote voedselmeesters, had sate klaargemaakt. Ik zou bijna zeggen dat sate een soort drug is, dat je er verslaafd aan kunt raken, maar dat is natuurlijk onzin. Sate is een fundamentele basisbehoefte, als omschreven door Amnesty International. Je kunt niet genoeg sate hebben, net als dat je niet genoeg dak boven je hoofd kunt hebben. Meer dak, meer beter.

Bovendien is chocolademousse de echte drug. Hlemens, de professionele voedselmeester van de eetgroep, had chocolademousse gemaakt. Ik herinner me weinig van de smaak om eerlijk te zijn, slechts dat alles opeens stralend licht werd, alle problemen op de wereld verdwenen waren samen met België, en er op de achtergrond de meest prachtige symfonieën werden gezongen door in wit geklede pandaberen.

Nee, achteraf gezien was dat geen normale chocolademousse. Het moet een transdimensioneel portaal zijn geweest vermomd als zoete lekkernij. Hoe anders, dat ik 40 secondes (die elk een mensenleven leken te duren) later weer terug was in Nederland, het land ten noorden van België, bron van alle kwaad? Ik wou terug, maar de mousse was op, dus was het tijd om met een volle maag te zwemmen, tegen het advies van alle oude taarten in. Rebels gewoon. Ik was natuurlijk van plan om van de afgesloten plas rechtstreeks naar de Noordzee en weer terug te zwemmen, zoals ik iedere dinsdag doe<citaat nodig> maar het werd toch overgooien met een bal intensieve hand- oogcoördinatietraining in het ondiepe modderige water van de plas die me in het geheugen ligt als “Grindgat”. (Waarom het Grindgat heet is me nog steeds een klein raadsel, omdat er geen grind te vinden is, en het gat tijden geleden gevuld is met water.) Een chagrijnige mossel waardeerde mijn geplons niet en besloot dat zijn schulp in mijn voet moest zitten. Ik wou als wraak de mossel doden en ophangen als waarschuwing naar andere waterdieren, maar de mossel wist me te verslaan en ik kwam ternauwernood uit het water.

De avond eindigt met een vuur zo groot als er in geen 20 meter te vinden is.Op het water kringen van vissengehap naar insecten; de laatst overgebleven leden van de eetgroep hebben het uitgebreid over olifanten en veelverspreidde onwaarheden, en turend in de vlammen overvalt me een besef van realiteit, van ongekende blijdschap en waarheid, als ik uitleg:

“Drenthe bestaat helemaal niet.”

Standard

Einde doen

Ik heb dit reisverslag nooit afgemaakt. Een gevolg van de oorzaak daarvan is, dat ik nu hier weer begin met schrijven. De oorzaak is inactiviteit, of een specifieker neologisme: ‘inactie’ – een gebrek aan daden waar dat nodig is. Het gevolg van mijn inactie is armoede en het verlangen naar verandering. Naar… actie. Wat bedoel ik nou? Wel…

Ik wou mijn reisverslag afmaken. Ik wou meer schrijven, over Zweden en nog een beetje Italië en dan een mooi einde breien. Maar ik deed niet wat ik wou doen, zoals ik wel vaker niet doe wat ik wel wil doen. Noem het een karaktereigenschap, noem het menselijk, noem het een kwaal; ik vind het voornamelijk irritant. In Romeinen 7 wordt de zonde-variant perfect uitgestald: “Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.” en hoewel dit heel iets anders betreft dan de inactie waar ik op duid, is het volledig raak. Met mijn verstand weet ik dat ik bepaalde dingen wil doen, maar ik doe het niet. En iedere keer dat ik niets doe, verval ik verder tot niets.

Op het moment dat ik dit schrijf zijn er 4 emails aan mensen die ik nog moet schrijven en sturen, die ik nog steeds wil schrijven, en nog niet geschreven heb. Eentje was ik in Juni begonnen en heb ik nooit afgemaakt. Ik wou em afmaken, maar ik deed het niet; vandaag niet, gisteren niet, en alle voorgaande dagen tot en met Juni ook niet. Idem met die andere 3 mails die ik wel wil schrijven, maar niet schrijf. Ik wou gisteren boekenplanken naast mijn bed klussen, maar deed het niet. Ik wil allerlei dingen doen, maar doe ze zo vaak niet. Inactie. En iedere keer dat ik iets wil doen, en weet dat ik het wil doen, en besluit het te gaan doen, en het dan niet doe, neemt mijn inactie toe. Totdat ik een punt bereik waarop ik weet dat het niet zo verder kan, een punt bereik waarop er iets aan mij moet veranderen of verbeteren.

En dat punt is bereikt. Daarom wil ik nu ook dit reisverslag beëindigen, niet omdat dat einde ook maar enigszins belangrijk zou zijn, maar omdat ik dit reisverslag graag wou eindigen en moet stoppen met dingen niet doen die ik wil doen. Doen doen.

Daarnaast kan ik dan nu deze site gebruiken als een plek om creatieve schrijfopdrachten te dumpen over wat mij bezighoudt: hippe, interessante onderwerpen natuurlijk, zoals de recente avonturen van populaire pop-iconen en mijn oh-zo-interessante mening over de mening van anderen die een mening daarover hebben. Doen.

Of zal ik zo’n “gezondheidsblog” starten, waar ik zeg tegen mensen dat brood en eiwitten ongezond zijn, en je moet leven op zonlicht en water? Kijken wie erin trapt en lachen om hun poging een plant te zijn. Doen.

Of wellicht toch maar extra heiligheidspuntjes vergaren, door vage, ellenlange uiteenzettingen te typen over de eindtijd en waarom Mark Rutte, Oprah Winfrey en het kindje van de buren de antichrist zijn? Doen.

Wellicht ook niet, maar schrijven is fijn, en als de 3 en een half persoon die dit lezen erdoor vermaakt worden is het dubbel fijn. Misschien zelfs 2,4 fijn. Dus schrijven ga ik maar weer doen.

Doen.

Standard

De Wolk

Lycksele, een paar gebouwen, omringd door bossen aan bossen. Mijn ex-mede-reizigers lopen met z’n allen naar de bus die ze uit het gehucht weg gaat rijden, maar ik observeer in plaats daarvan mijn omgeving, pak mijn kans en loop zo snel mogelijk richting de bosrand, alsof het iets stouts is dat ik doe. De bus rijdt weg, ik steek het spoor over en geniet van het idee dat ik ‘ergens daarzo in die grote groene vlek op Google Earth‘ zit. Een vervallen huis (of is het een hut), een mooi landhuis iets verderop, en dan begint het bospad. Voor ik het bospad in kan lopen, stelt de koning van het Zweedse bos zich aan me voor. De Wolk. De wolk muggen.

Ze waren met zeer veel, genoeg voor een meerderheid van 20 op 1 en van alle kanten kwamen de reserves aanvliegen. Zonder verdere actie van onze kant zou het aantal opgelopen zijn tot 100 op 1 en waren we onder de voet gelopen, maar de muggen waren zwak en dom. Rechterhand kwam het eerste in actie en sloeg met een overdaad aan kracht een aantal aan stukken, waarna Linkerhand volgde. De vijandelijke krijgers bezweken bij de minste slag en al snel regende het lijken, maar dit leek het moraal van de Wolk niet aan te tasten. Aanval na aanval werd afgeslagen en leidde slechts tot gigantische verliezen voor de vijand, maar ze bleven maar komen, onverminderd en onvermoeid. Er moest snel een andere manier gevonden worden om de vijand te verslaan, eer de Wolk met een uitputtingsslag zou winnen…

Het waren er echt veel. Ik dacht “Wat gebeurd hier?!” terwijl ik als een malle in het rond aan het slaan was, want overal waren opeens muggen. Ze waren niet bepaald voorzichtig, misschien onder de indruk dat ik een soort mislukte koe op 2 poten was ofzo, want ze probeerden gelijk te landen en te steken. Ik gooide snel mijn tas neer en rende al meppend wat rond, maar toen ik het Stink-Anti-Muggen-Spul-In-Tube-Extract (SAMSITE) uit mijn tas wou halen kwam ik erachter dat alle verrekte beesten door mijn tas aangetrokken leken te worden. De geur van opgedroogd zweet leidde ze naar mijn tas toe en het grootste gedeelte van de Wolk hing daar nu, wat het pakken van mijn SAMSITE vermoeilijkte, welke uiteraard helemaal onderop al mijn andere spullen lag. Na 5 ronduit panische minuten aan met spullen gooien en in het ronde meppen, vond ik de SAMSITE en smeerde ik mezelf compleet onder met de stinkende zooi. De muggen twijfelden heel even, en begonnen toen weer met landen en steken, waarna ik half gestoord werd, mijn tas oppakte en begon te rennen door het bos. Ik volgde het pad maar zo snel mogelijk en door de snelheid konden de muggen niet steken, maar als ik halt hield was ik weer omringd door een Wolk die me langzaam het kleine beetje verstand dat ik heb ontnam. Ik liep snel door, in de hoop dat de Wolk op een gegeven moment weg zou gaan.
Na een korte tijd lopen door het bos liep ik tegen iets aan wat op een heide leek, maar toen na wat stappen begon het tot me door te dringen dat het een moeras was. Leuk. Ik liep door, op een gegeven moment springende van sompig-stuk-drek-dat-langzaam-onder-je-voeten-wegzakt naar sompig-stuk-drek-dat-langzaam-onder-je-voeten-wegzakt, om de natte-stukken-drek-waar-je-been-in-verdwijnt maar te ontwijken. Met succes. Naast het moeras lag een relatief vlak stuk mossige grond met een relatief open plek tussen de bomen, genoeg ruimte voor een tent en ik zette mijn rugzak neer.

Bij nader inzien had ik eerst een vuur aan moeten steken, maar ik deed mijn routine en begon met het opzetten van de tent. Ondertussen verloor ik nog steeds continu mijn geduld en verstand door de Wolk, hoewel het er hier wel iets minder waren dan aan het begin. Na de tent kwam vuur en dat hielp. Muggen houden niet van vuur, goed onthouden. Ik houd wel van vuur, dus dat komt goed uit. Zweden is natuurlijk Zweden, dus eigenlijk had ik met de ruime natuurlijke voorraad dood hout een gigantisch kampvuur kunnen maken, zonder dat iemand het ooit gezien zou hebben, maar ik hield het bij een klein kookvuurtje. De rest van de dag was prettig, zolang ik maar in de buurt bleef van het vuur, want daarbuiten lag de Wolk. Ik at aardappelpuree met salami, de dagelijkse reep chocolade, en toen realiseerde ik me dat ik niets bij me had om me te vermaken. Geen boek, mijn pen was op, de accu van mijn ipod moest ik sparen en ik was alleen. Dus ik verkende de omgeving maar en ging mesvechten met een boom (de boom verloor), toen liedjes zingen, toen mijn gitaar missen en gitaarsolo’s zingen, en dingen zoeken om te verbranden, alvorens de tent in te kruipen omdat de zon al halverwege de hemel stond en het dus tijd was om te slapen.

In een Wolkeloze tent, een vredige tent

Standard

Wolven vangen

De trein stopte in Hudiksvall, van daar ging de bus naar Sundsvall, een naam die ik op de één of andere manier maar niet correct kon onthouden, net als Domodossola aan de Italiaanse grens. Van daar ging ik naar Umeå, de eerste stad waarvan ik de naam moet kopiëren en plakken om die op digitaal papier te krijgen aangezien ik geen idee heb hoe je een nul op een a krijgt. Kennelijk spreek je het uit als Umeo, en je zou je haast gaan afvragen waarom ze dan niet gewoon een O gebruiken, maar dat is natuurlijk omdat echte Vikingen gewoon rondjes op hun letters willen doen.

In Umeå vond ik een jeugdherberg, waar ik met een Amerikaanse uitwisselingsstudent (ik noem em… Mr. Anderson) op een kamer voor 8 zat. Mr. Anderson studeerde iets met genetica en hoe je elke soort kunt terugleiden tot hun gemeenschappelijke voorouder-beestje. In dit geval wolven. Althans, dat is wat ik hoorde, waarschijnlijk omdat wolves en voles nogal hetzelfde klinkt en ik nog nooit van voles heb gehoord en daarom maar wolves hoorde. Hoedanook, Mr. Anderson begon uit te leggen dat hij de wolves in z’n eentje ving en een weefselmonster nam, terwijl ik vol ongeloof luisterde. Uiteindelijk werd de miscommunicatie bekend en leerde ik dat voles een soort bolle muis-hamster-mutant-hybrides zijn. Kleine beestjes die geen stukken vlees uit je nek afscheuren als je probeert een stukje van hun vlees mee te nemen voor DNA-onderzoek. Wel iets minder spannend, maar ook een hoop veiliger. Ik ben zelf ondertussen nog geen enkele wolf tegengekomen, alleen een eland in de verte. Zweden, of in ieder geval de regio’s waar ik ben geweest, mag dan voornamelijk uit bossen en wouden bestaan, het stikt er niet van de dieren. Niet zoals de Veluwe in ieder geval, waar je met je gemiddelde wandeling 4 herten, 2 vossen en een draak tegenkomt. Ik kwam verder in mijn hele tocht door Zweden dan ook geen enkele vos, draak, wolf of hert tegen. Zelfs geen voooooooleeeees.
In mijn tas zaten nog steeds wat pannekoeken, welke ondertussen vrij sompig waren geworden, maar de keuken van de jeugdherberg bood een oplossing en, terwijl ik probeerde in (nog steeds) verschrikkelijk klunzig Duits wat te babbelen met een oudere vrouw die met haar man een tocht van duizenden kilometers op de fiets maakte door Scandinavië,  ik bakte mijn niet-gemuteerde-zombie-pannekoeken op tot een smakelijke warme maaltijd met als toetje een dagelijkse reep chocolade en witte bonen in tomatensaus. Na een korte wandeling door de stad ging ik slapen. De volgende dag wenste ik Mr. Anderson succes met wolven vangen en nam ik weer de trein om omstreeks lunchtijd op het perron van Lycksele te staan.

“Wat is er in Lycksele allemaal?”

Helemaal niks.

Perfect.

Standard

Jawluh

Vroeg in de ochtend stapte ik op de eerste trein naar Kopenhagen. In Kopenhagen had ik het geluk gelijk een hogesnelheidslijn te vinden die naar Gävle ging (wat boven Stockholm ligt en je spreekt het kennelijk uit als [Jawluh]. Ik mocht eigenlijk niet helemaal op de hogesnelheidstrein maar van de aardige conductrice mocht het weer wel dus dat was lekker makkelijk. Tegen de tijd dat ik aankwam was het alleen alweer ver in de avond omdat het nog steeds iets van 700 km ofzo is. Ik besloot dat, omdat ik nu in Zweden zat, ik zou kunnen overnachten in het bos naast de stad. De stad Jawluh, Gävle, Gafful… Die iets groter bleek te zijn dan leek op Google Maps. Het ‘bos’ bleek een erg groot park te zijn en voor ik het wist begon het te schemeren en besloot ik dat ik het bos niet meer zou halen en het beter was om op het station te slapen. Misschien niet de beste keuze. De schemering die inviel, bleef namelijk precies zoals die was, een schemering, en het enige dat gedurende de hele nacht veranderde, was de richting van waaruit het vage licht kwam. Van West naar Noord naar Oost en toen kwam de zon weer op in de ochtend. Het was de hele nacht licht genoeg gebleven om een boek te lezen als ik er een mee had gehad. Dat had ik niet verwacht, aangezien ik nog niet eens halverwege Zweden zat. Ik vraag me af hoe erg het wel niet is op de poolcirkel in Juni. In de stationshal ontmoette ik een enthousiaste Chinees uit Finland (ik noem hem ff Finees) die zei dat mensen in Noord-Finland depressief worden in de Zomer en Winter omdat ze óf niet kunnen slapen óf het altijd donker is, en dat ze allemaal zelfmoord plegen daarom. Ik vond dat laatste wat moeilijk te geloven, maar wie ben ik om een Chinese Fin tegen te spreken. Met Finees, een Zweedse Marokkaan die Frans kon (ik noem hem ff Zwaans) en een dikke Zweedse jongen die continu vodka zoop (ik noem hem ff… Piet), zaten we een tijdje te praten in de stationshal na middernacht. Finees, vroeg op aardige, hyperenthousiaste wijze aan Piet waarom hij zoveel dronk. Piet zei dat hij het leuk vond om alcoholist te zijn, waarna hij achterover ineen zakte en op de grond in slaap viel. Zwaans zei nerveus dat de beveiliging er zo aan zou komen en we beter Piet de hal uit konden slepen. Finees begreep de gedachtegang niet en begroette enthousiast de beveiliging die er inderdaad iets later aan kwam lopen. De blik op het gezicht van de Zweedse bewaker was niet te betalen toen hij keek naar Piet terwijl een Chinees hem in onverstaanbaar Engels enthousiast vertelde dat Piet een fles Vodka in z’n eentje op had gedronken. Even later liepen Finees, Zwaans en ik naar buiten terwijl de bewaker Piet arresteerde. Zwaans verdween spontaan en ik bleef tot 3 uur ‘s nachts praten met Finees over Zweden en Finland (Finees was vanuit Finland aan komen fietsen en ging een tocht maken door Europa), waarna ik nog een paar uur sliep op een bankje, alvorens de eerste trein naar…. “Het Noorden” te pakken.

Een hogesnelheidslijn waar ik eigenlijk niet helemaal op mocht, maar van de aardige conductrice mocht het weer wel.

Standard

Pannekoeken in Hamburgers

Na de pitstop thuis (behalve dan dat een pitstop nogal snel gaat en ik meer zo was van “ik ben moe, en oh wat een lekker zacht bed en hee een gitaar laat ik daar “eventjes” op spelen en dan weer ooit een keer vertrekken) vertrok ik weer naar het Noorden. Na de hele dag reizen zat ik in Hamburg, waar ik zonder al te veel resultaat een bord met treintijden stond uit te vogelen in een poging een mogelijke route te bedenken om in de avond nog naar Kopenhagen te komen. Die was er niet want het begon alweer laat te worden. Gelukkig stond er naast me een man die zag hoe ik gepuzzeld naar het bord stond te staren en vroeg waar ik naartoe wou in het Duits. Na een week lang grotendeels in Duits-talige landen te verblijven, waren mijn hersens eindelijk weer een beetje wakker geworden en herinnerden zich weer iets van de talloze rijtjes en woorden die ze geforceerd moesten leren op de middelbare school en weggestopt waren in een diep, diep en donkere plek ergens in mijn 4e teen van rechts aan m’n linkervoet (aangezien een wijsteen kennelijk niet bestaat). Ik zei dat ik naar Kopenhagen moest komen, en nadat de man voor het gemak maar op Engels overschakelde zei hij dat die niet meer kwamen en ik beter een overnachting kon vinden om morgen de vroegste trein te pakken. De man, was een aardige man, een beetje zoals de man in de trein in Bologna die me wakker maakte, maar dan iets meer want deze zei ook daadwerkelijk iets. En hij wees me op de kaart aan waar een heel goede jeugdherberg zit, om vervolgens op z’n horloge kijkende te constateren dat hij genoeg tijd had om met me mee te lopen naar de metro en uit te leggen welke ik moest nemen. Onderweg bediscussieerden we snel welke brug in Arnhem nou opgeblazen was door de Duitsers en welke niet, en de uitspraak van ‘rooibos’ wat kennelijk Afrikaans is en door de Duitsers normaal gesproken als [rooibosch] wordt uitgesproken. Superleuk, en ik zat opeens in een chille jeugdherberg aan de haven van Hamburg.

Ik had de dag ervoor een stapel pannekoeken gebakken en meegenomen, wat onderdeel was van mijn Prototype-Organische-Energie-Proviand Mk. II. Het experimentele voedsel met geïntegreerde kaasplakken bleek een doorbraak te zijn in korte-termijn, hoge kwaliteit voeding. De hamplakken waren echter gemuteerd tot een semi-levende en (indien levend vermoedelijk ook intelligente) levensvorm waarvan ik er maar eentje durfde te eten uit angst dat overpopulatie van de hampannekoeken tot die typische hongersnood, opstand, revolutie en contra-revolutie zou leiden in mijn maag.

Na die maaltijd liep ik nog wat doelloos rond door Hamburg. Mooie havens en gebouwen om te bezien, maar verder was er niets dat die avond nog opvallend zou zijn. De volgende dag zou ik vroeg in de ochtend naar Zweden gaan.

Standard

Napoli

Milano verliep dus geweldig. In de ochtend, pakte ik de eerste trein naar… Zuid-iets en sliep in die trein zoveel mogelijk. Ik werd wakker gemaakt door de aardige meneer naast me die me wakker maakte (ja, dat is genoeg om aardig te zijn (wat een nutteloze zin dit… ik werd groen geverfd door groene verf)). Via Bologna ging ik naar Napoli. Die reis was 9 uur en ik had geen plek gereserveerd, want… dat zou slim zijn geweest. Dus ik stond ongeveer 4 uur en de rest van de tijd kon ik zitten op een plank, maar moest ik voor iedere voorbijganger in de gang (héél véél voorbijgangers) opstaan. Ik bedacht me tijdens die treinreis dat mijn poging om de warmte van het Zuiden op te zoeken weliswaar gelukt was, maar mijn poging om wat uit te rusten nogal averechts had uitgewerkt. Ik was doodmoe. Maar uiteindelijk was daar Napoli.
Ik liep het station uit en keek om me heen. Aanzienlijk armer dan de andere steden in Italië waar ik geweest ben, de sfeer was… vreemd. 2 geniepige mannen liepen lachend over straat, één haalde uit een tas die hij meedroeg een zwart paspoort en wierp die lachend in de prullenbak. Misschien droegen dat soort dingen niet bij aan de sfeer. Maar ik wou een plek vinden om te slapen en uit te rusten en na een tijdje ronddwalen wist ik er één te vinden. Een norse oude Italiaan en diens nog norsere en even oude vrouw hadden een paar kamers en ik kon er eentje gebruiken voor 45 euro… Teveel. Ik was simpelweg even aan het nadenken, met misschien een iets-te-hardop-gedachte-uuuuuhhhhh… toen de prijs op magische wijze 35 euro was. Ik ging al akkoord, omdat ik nooit de ballen heb om af te dingen, laat staan vérder af te dingen. Maar ik had maar 30 euro contant en plots was de prijs van de kamer ook verlaagd naar 30 euro. Ik had afgedingd zonder iets te doen. Handig, zou me anders niet overkomen.

De kamer was prima, ik chillde wat, waste mijn kleren en schraapte de laag gruis en zweet van m’n rug af. De volgende dag zou ik naar het noorden reizen. Ik wou naar Scandinavië en had besloten om een kleine omweg te maken langs huis, om wat dingen mee te nemen en achter te laten. Na een rustige nacht in een slaapzak op het station van Kandersteg (het scheelt dat er in een dorp met maar 1.000 inwoners ook maar 0,3 treinmensen zijn) kwam ik thuis aan en verbleef daar een tijdje om dingen te organiseren en te besluiten waar ik eigenlijk naar toe wou en wat ik wou doen. En na een tijdje had ik het besloten: ik wou door de Zweedse bossen trekken en Noorwegen zien en Finland zien en naar het meest noordelijke bereikbare punt in Lapland gaan.

In ongeveer een week

Standard