Lycksele, een paar gebouwen, omringd door bossen aan bossen. Mijn ex-mede-reizigers lopen met z’n allen naar de bus die ze uit het gehucht weg gaat rijden, maar ik observeer in plaats daarvan mijn omgeving, pak mijn kans en loop zo snel mogelijk richting de bosrand, alsof het iets stouts is dat ik doe. De bus rijdt weg, ik steek het spoor over en geniet van het idee dat ik ‘ergens daarzo in die grote groene vlek op Google Earth‘ zit. Een vervallen huis (of is het een hut), een mooi landhuis iets verderop, en dan begint het bospad. Voor ik het bospad in kan lopen, stelt de koning van het Zweedse bos zich aan me voor. De Wolk. De wolk muggen.
Ze waren met zeer veel, genoeg voor een meerderheid van 20 op 1 en van alle kanten kwamen de reserves aanvliegen. Zonder verdere actie van onze kant zou het aantal opgelopen zijn tot 100 op 1 en waren we onder de voet gelopen, maar de muggen waren zwak en dom. Rechterhand kwam het eerste in actie en sloeg met een overdaad aan kracht een aantal aan stukken, waarna Linkerhand volgde. De vijandelijke krijgers bezweken bij de minste slag en al snel regende het lijken, maar dit leek het moraal van de Wolk niet aan te tasten. Aanval na aanval werd afgeslagen en leidde slechts tot gigantische verliezen voor de vijand, maar ze bleven maar komen, onverminderd en onvermoeid. Er moest snel een andere manier gevonden worden om de vijand te verslaan, eer de Wolk met een uitputtingsslag zou winnen…
Het waren er echt veel. Ik dacht “Wat gebeurd hier?!” terwijl ik als een malle in het rond aan het slaan was, want overal waren opeens muggen. Ze waren niet bepaald voorzichtig, misschien onder de indruk dat ik een soort mislukte koe op 2 poten was ofzo, want ze probeerden gelijk te landen en te steken. Ik gooide snel mijn tas neer en rende al meppend wat rond, maar toen ik het Stink-Anti-Muggen-Spul-In-Tube-Extract (SAMSITE) uit mijn tas wou halen kwam ik erachter dat alle verrekte beesten door mijn tas aangetrokken leken te worden. De geur van opgedroogd zweet leidde ze naar mijn tas toe en het grootste gedeelte van de Wolk hing daar nu, wat het pakken van mijn SAMSITE vermoeilijkte, welke uiteraard helemaal onderop al mijn andere spullen lag. Na 5 ronduit panische minuten aan met spullen gooien en in het ronde meppen, vond ik de SAMSITE en smeerde ik mezelf compleet onder met de stinkende zooi. De muggen twijfelden heel even, en begonnen toen weer met landen en steken, waarna ik half gestoord werd, mijn tas oppakte en begon te rennen door het bos. Ik volgde het pad maar zo snel mogelijk en door de snelheid konden de muggen niet steken, maar als ik halt hield was ik weer omringd door een Wolk die me langzaam het kleine beetje verstand dat ik heb ontnam. Ik liep snel door, in de hoop dat de Wolk op een gegeven moment weg zou gaan.
Na een korte tijd lopen door het bos liep ik tegen iets aan wat op een heide leek, maar toen na wat stappen begon het tot me door te dringen dat het een moeras was. Leuk. Ik liep door, op een gegeven moment springende van sompig-stuk-drek-dat-langzaam-onder-je-voeten-wegzakt naar sompig-stuk-drek-dat-langzaam-onder-je-voeten-wegzakt, om de natte-stukken-drek-waar-je-been-in-verdwijnt maar te ontwijken. Met succes. Naast het moeras lag een relatief vlak stuk mossige grond met een relatief open plek tussen de bomen, genoeg ruimte voor een tent en ik zette mijn rugzak neer.
Bij nader inzien had ik eerst een vuur aan moeten steken, maar ik deed mijn routine en begon met het opzetten van de tent. Ondertussen verloor ik nog steeds continu mijn geduld en verstand door de Wolk, hoewel het er hier wel iets minder waren dan aan het begin. Na de tent kwam vuur en dat hielp. Muggen houden niet van vuur, goed onthouden. Ik houd wel van vuur, dus dat komt goed uit. Zweden is natuurlijk Zweden, dus eigenlijk had ik met de ruime natuurlijke voorraad dood hout een gigantisch kampvuur kunnen maken, zonder dat iemand het ooit gezien zou hebben, maar ik hield het bij een klein kookvuurtje. De rest van de dag was prettig, zolang ik maar in de buurt bleef van het vuur, want daarbuiten lag de Wolk. Ik at aardappelpuree met salami, de dagelijkse reep chocolade, en toen realiseerde ik me dat ik niets bij me had om me te vermaken. Geen boek, mijn pen was op, de accu van mijn ipod moest ik sparen en ik was alleen. Dus ik verkende de omgeving maar en ging mesvechten met een boom (de boom verloor), toen liedjes zingen, toen mijn gitaar missen en gitaarsolo’s zingen, en dingen zoeken om te verbranden, alvorens de tent in te kruipen omdat de zon al halverwege de hemel stond en het dus tijd was om te slapen.
In een Wolkeloze tent, een vredige tent